Lopend in het bos. Over een pad. In gedachten de frisse lucht opsnuivend.
Links en rechts naast je ogenschijnlijk eindeloos veel bomen met lichte plekken, schaduwen en het donkere ondoordringbare binnenste van het bos wat uitstraalt dat jij daar niet mag komen.
In gedachten verzonken loop je door. Soms lijkt het of je vanuit je ooghoeken iets ziet bewegen tussen de bomen. Eerst onbewust en later steeds meer bewust. Maar als je kijkt zie je niets.
Het gevoel dat iets je volgt blijft maar je vindt geen bewijs. Je ziet niets. Maar jouw gevoel zegt iets anders.
Dagen of misschien weken of maanden later bevindt je je in een situatie en staat die schaduw die je stiekem volgde in het bos ineens onverschrokken voor je: De wolf.
Hij zit in jou als een soort innerlijk roofdier. Een schaduw in je gedachten. Iets wat je liever niet ziet maar er stiekem altijd wel is. Soms ver weg en soms voelbaar dichtbij.
Het is een trauma, een voortslepend verdriet, een krasje op je ziel. Iets wat nooit een echte plaats heeft gekregen.
Je komt er niet los van. Oplossen kun je het niet. Het hoort bij jou. Bij jouw geschiedenis. En dus draag je het altijd mee.
En het mag er zijn. Het hoeft je alleen niet als een sluipmoordenaar te overvallen als je het niet verwacht. Het hoeft je niet te beperken of te verlammen.
Je kunt het gesprek erover aangaan. Met jezelf. Toestaan dat het altijd wat pijn blijft doen of verdriet zal blijven brengen. En met jezelf afspreken dat dat oké is. Je hoeft er niets méér mee dan alleen accepteren.
Gun jezelf tijd. Soms heeft het even nodig om de wolf te leren kennen en te ontdekken waar hij vandaan komt en waar hij voor staat.
Ook een wolf heeft af en toe de bevestiging van de roedel nodig. Moet soms even gezien worden om rust te vinden. Weten dat hij er mag zijn zonder iets te hoeven doen.
Later loop je in gedachten verder door het bos. Je vervolgt jouw wandeling. De zon schijnt en de lucht is fris. De schaduw in je ooghoeken merk je wel op. Want je weet dat die er is. Maar je bent er niet bang meer voor: Je weet wat het is. En het is oké.
Geniet van je wandeling!
-Bart M. Diepenbroek

